Productomschrijving
Ik moet aan een andere 31ste december denken. In het Polytechnisch Museum - 'Oud en Nieuw met de Imaginisten'. Jesenin en ik jong, uitgelaten. Wij plagen de nachtelijke Tverskaja met onze glimmende hoge hoeden. Sleden knarsten. Onze beverkragen waren met ijsstof verzilverd. Jesenin begint een literair gesprek met de koetsier: - Zeg eens, bestevaar, welke dichters ken jij? - Poesjkin. - Die is dood, bestevaar. Maar welke levende ken je? - Levende, geeneen, mijnheer. Levende kennen wij niet. Alleen van gietijzer. Weinig dichters zijn door het Russische volk zo in het hart gesloten als Sergej Jesenin (1895-1925) - de liederlijke en levensverliefde plattelandsdichter die de koeien en de berken bezong, de modder en de vogelkers. Uit Roman zonder leugens komt een andere Jesenin tevoorschijn - de hooligan en dronkenlap, die de Sovjet-autoriteiten epateerde door in kostuum en hoge hoed te flaneren in het met burgeroorlog, hongersnood geslagen en van communistische heilsideologie kolkende